
Zelfonderzoek - borst
Borstkanker is in Amerika de op een na meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Bovendien is het de kanker die het vaakst wordt vastgesteld bij Canadese vrouwen [www.phac-aspc.gc.ca]. Hoewel onderzoekers de ziekte nog niet volledig begrijpen, is bekend dat weinig alcohol, voldoende beweging en een gezond gewicht de kans verkleinen dat je de ziekte krijgt, en dat vroege opsporing meestal betekent dat ze in een vroeger, beter behandelbaar stadium wordt ontdekt. De werkwijze van een borstzelfonderzoek is eenvoudig en wordt in dit artikel uitgebreid beschreven.
Wat is borstkanker?
Het National Cancer Institute definieert het als “kanker die ontstaat in het weefsel van de borst, meestal in de melkgangen (buisjes die melk naar de tepel voeren) en de lobben (klieren die melk aanmaken)”. Hoewel borstkanker ook bij mannen voorkomt, is de kans daarop erg klein.
Waarom een borstzelfonderzoek?
Regelmatig je borsten zelf onderzoeken is om een aantal redenen belangrijk. Vroege opsporing en behandeling kunnen je leven redden. Onderzoek toont aan dat het opsporen en behandelen van borstkanker in een vroeg stadium kan voorkomen dat iemand aan deze ziekte overlijdt. Het borstzelfonderzoek is snel, gratis en makkelijk uit te voeren, en je hebt er geen hulp van buitenaf bij nodig. Als je er een gewoonte van maakt om jezelf regelmatig te onderzoeken, leer je je borsten goed kennen en merk je onregelmatige veranderingen in het weefsel sneller op.
Risicofactoren
Risicofactoren wegnemen en beschermende factoren omarmen is ook ontzettend belangrijk. Het advies is dat vrouwen boven de veertig minstens eens in de twee jaar hun borsten laten onderzoeken door een opgeleide zorgverlener; heb je echter meer risicofactoren dan normaal, dan wordt het borstzelfonderzoek nog belangrijker en kan het ook nodig zijn dat je vaker wordt gescreend door een opgeleide zorgverlener.
Hoge risicofactoren zijn onder meer, maar niet uitsluitend: geslacht (want 99% van de mensen met borstkanker is vrouw), leeftijd, een naast familielid bij wie de ziekte is voorgekomen, obesitas (zoals gedefinieerd door de Body Mass Index), menstruatie vóór je twaalfde of de overgang na je vijfenvijftigste, een eerste kind krijgen na je dertigste - of helemaal nooit, nooit borstvoeding geven, en hormoonvervangende therapie (HRT) gebruiken.
Matige risicofactoren zijn factoren die het risico op kanker minder consequent verhogen, of waarvan vermoed wordt dat ze mogelijk bijdragen. Matige risicofactoren hebben meestal te maken met leefstijlkeuzes, zoals: tabaksproducten roken, meer dan één alcoholische drank per dag drinken, lichamelijke inactiviteit, een eetpatroon met te weinig groente en fruit, en het gebruik van anticonceptiemiddelen.
Wat je onderzoekt
Controleer het hele borstgebied: de borsten, de oksels, rond de zijkant van de borstkas en het weefsel helemaal omhoog tot aan het sleutelbeen. Bekijk je borsten in de spiegel in plaats van naar beneden te kijken. Heb je grotere borsten, til ze dan op en bekijk ook de onderkant.
Het visuele onderzoek
Voor een visueel onderzoek heb je een spiegel nodig op een goed verlichte plek. Ga er recht voor zitten of staan en kijk recht vooruit. Doe je visuele onderzoek in elk van de volgende houdingen: zittend, staand, met je armen boven je hoofd, met je handen op je heupen en voorovergebogen. Neem in elk van deze houdingen even de tijd om je borsten ook van opzij in de spiegel te bekijken. Al die houdingen lijken misschien veel werk, maar ze hebben een doel: ze veranderen de manier waarop de borsten hangen en vergroten je kans om een afwijking te zien.
Bekijk je borsten en let op de huidstructuur, de vorm, verschillen in grootte en de contour van de tepel. Let op alles wat veranderd is in grootte, vorm of huidstructuur. Maak je geen zorgen over asymmetrie of imperfecties! Waar het om gaat, is dat je let op elke afwijking van wat voor jou normaal is; daarom is het belangrijk om dit onderzoek regelmatig te doen. Bekijk het profiel van je borsten vanuit elke hoek en let op ongewone bulten of knobbels die lijken uit te steken. Let ook op kuiltjes of rimpeling van de huid.
Het onderzoek met je handen
De sleutel tot een geslaagd handmatig deel van het borstzelfonderzoek is vaak oefenen. Als je weet hoe borsten normaal aanvoelen, krijg je inzicht in wat echt afwijkend is. Waar je vooral naar voelt, zijn bultjes, knobbels, verdikking van de huid en/of pijn. Het kan zijn dat je met de ene hand beter voelt dan met de andere; vergelijk daarom wat je met elke hand voelt met de andere borst, als dubbele controle of referentiepunt.
Borstweefsel bij vrouwen is normaal gesproken enigszins dik en knobbelig, maar de mate daarvan verschilt van persoon tot persoon. Sommige mensen denken dat ze het normale niet van het afwijkende kunnen onderscheiden. Als je vertrouwd raakt met waaruit het borstgebied bestaat, zoals vetweefsel, spieren, botten, het lymfestelsel en de melkgangen, voel je je meer op je gemak bij het onderzoek. Het vraagt wat oefening, maar je zult een verandering in je weefsel kunnen herkennen.
Gebruik voor het handmatige borstzelfonderzoek de zachte toppen van de drie middelste vingers van de hand aan de andere kant dan de borst die je onderzoekt. Houd je vingers bij elkaar terwijl je druk uitoefent op de plekken die je onderzoekt. Druk hard genoeg om niet over een knobbel heen te glijden, maar pas op dat je niet te hard drukt, want je kunt een bultje dan wegduwen van de plek die je voelt. De vingers bewegen altijd in cirkels: leg ze op de huid, druk zachtjes en wrijf in een cirkelende beweging tot je tevreden bent dat de plek goed is beoordeeld.
Onderzoekspatronen
Er zijn een aantal patronen die je speciaal kunt gebruiken om het borstgebied af te tasten. Doe dit zowel staand als liggend op je rug en/of liggend op je zij. Zo verschuift je borstweefsel en kun je het gebied beter voelen. Probeer alle bewegingen uit met de vingerbeweging uit de vorige alinea en kies het onderzoekspatroon dat voor jou het effectiefst en prettigst voelt. Vergeet niet ook de oksels te controleren, en de borstkas onder het sleutelbeen.
Bij het cirkelpatroon begin je op het buitenste punt van de borst en werk je rondom de omtrek van de borst. Ben je terug bij je beginpunt, maak je cirkel dan ongeveer een inch kleiner en ga opnieuw rond de borst. Ga zo door en maak je ringen steeds kleiner tot je uiteindelijk bij de tepelhof uitkomt. Herhaal dit bij de andere borst met de andere hand.
Bij het klokpatroon stel je je een denkbeeldige klok op je borst voor. Begin aan de buitenrand van de borst waar twaalf uur zou zitten en onderzoek met je cirkelende vingerbeweging het deel van de borst langs een rechte lijn richting de tepel. Herhaal deze stap zo vaak als nodig tot je de hele wijzerplaat hebt gecontroleerd. Herhaal dit bij de andere borst.
Bij de laatste opzet, meestal het rasterpatroon genoemd, beweeg je je vingers in kolommen op en neer, van de boven- tot de onderkant van de hele borst. Begin bij het borstweefsel het dichtst bij het borstbeen en ga met je cirkelende vingerbeweging op en neer over het raster tot je aan de andere kant bent. Vergeet niet de borst op te tillen om de onderkant te onderzoeken. Sommige vrouwen gebruiken liever het rasterpatroon, omdat je daarmee makkelijker veranderingen in het borstweefsel opspoort. Het rasterpatroon begint bij het deel het dichtst bij het borstbeen, waar het minste weefsel zit, en werkt naar de oksel toe, waar het dikste weefsel zit.
Tips
Een handige tip is om het interval te kiezen dat je het prettigst vindt (eens per maand, eens per twee maanden, enz.) en dat in je agenda te zetten. Als je menstruatie onregelmatig is, als je niet meer menstrueert of als je zwanger bent, kies dan een dag en doe het borstzelfonderzoek elke maand op diezelfde dag. Controleer je borsten ongeveer een week tot tien dagen na het begin van je cyclus, zodat ze minder gevoelig zijn. Probeer een vast schema aan te houden, zodat je veranderingen die langzaam ontstaan kunt opmerken.
Een van de makkelijkste en handigste manieren om je borsten met je handen te onderzoeken is in bad of onder de douche. Natte, ingezeepte handen glijden makkelijk over de borsten en je vingers zijn dan ook gevoeliger. Als je jezelf liever buiten de douche onderzoekt, kun je in plaats daarvan lotion of glijmiddel gebruiken.
Wanneer je naar een zorgverlener gaat
Voel je een nieuw knobbeltje of een verdikking, heb je nieuwe of ongewone pijn, of merk je een verschil in grootte, vorm of structuur van je borst, meld het dan bij je zorgverlener. Merk je daarnaast veranderingen rond de tepel, zoals roodheid, lekken, kuiltjes of rimpeling, speel dan op zeker en vertel het je arts.
Heeft een regelmatig borstzelfonderzoek ook nadelen?
Met onnodige zorgen of angst moet je zorgvuldig omgaan. Sommige mensen vermijden liever regelmatige controles bij de arts en zelfonderzoek, omdat ze zo bang zijn iets ongewensts te ontdekken. Zo blijf je in het ongewisse over je veranderende lichaam en verdwijnt elke kans op tijdig ingrijpen. Ben je bang, bedenk dan het volgende feit: 80% van alle veranderingen in de borst is niet kwaadaardig! [www.breastselfexam.ca]
Sommige mensen maken zich ook zorgen over de kosten van extra doktersbezoeken. Het kan frustrerend voelen om angst en onnodige kosten te hebben, alleen om te ontdekken dat het allemaal loos alarm was; maar wees gerust: loos alarm is de best mogelijke uitkomst. Hoe beter je je borsten in de gaten houdt, hoe beter je het verschil leert zien tussen onregelmatigheden en normale schommelingen.
Tot slot
Er is geen garantie dat een borstzelfonderzoek alleen het sterftecijfer door borstkanker verlaagt. De meest effectieve manier om jezelf te beschermen is door alle risicofactoren aan te pakken, de veranderingen in je borsten bij te houden en regelmatig naar geplande controles bij je arts te gaan. Het hoort een vast onderdeel te zijn van je algehele aandacht voor de gezondheid van je borsten.
